Alliade Onderzoeksatelier

Dementie

Wat is dementie?
Met dementie bedoelen we ziektebeelden waarbij de cliënt last heeft van geheugenproblemen, stoornissen in het denkvermogen, verlies van vaardigheden en veranderingen in het gedrag. Dementie komt vooral voor bij ouderen: 5% van de mensen die 65 of ouder zijn is dement. Bij mensen van 80 en ouder is dat 20%.

Verwarring
Mensen die dementeren voelen zich steeds angstiger en verwarder. Ze overzien de wereld om hen heen niet meer: ze hebben steeds minder besef van tijd en herkennen plaatsen en mensen niet meer. Voorbeelden van dementie zijn de ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie en geheugenverlies bij de ziekte van Parkinson.

Sluipend proces
Dementie is een sluipend proces waarvan het begin moeilijk is vast te stellen. Vaak gaat eerst het geheugen achteruit en de cliënt kan minder goed op woorden komen. Later krijgt hij moeite om de weg te vinden en weet hij niet welke dag het is. Ook zijn vaardigheden gaan achteruit: aankleden en koffie zetten lukt bijvoorbeeld niet meer. Uiteindelijk kan de cliënt zichzelf niet meer redden en dringt bijna niets meer tot hem door. Dit proces kan enkele maanden tot meerdere jaren duren.

Niet te genezen
Er zijn geen medicijnen of behandelingen die dementie kunnen voorkomen of genezen. Sommige medicijnen kunnen het proces in de beginfase wel vertragen of verlichten. Ziekte en ingrijpende gebeurtenissen kunnen dementie verergeren.

Dementie en een verstandelijke beperking
Bij mensen met een verstandelijke beperking komt dementie meer voor dan bij normaal begaafde mensen. De verschijnselen zijn hetzelfde, maar ze vallen bij mensen met een verstandelijke beperking vaak minder op. Hierdoor is er een grote kans dat dementie bij hen pas laat wordt herkend.

Downsyndroom en dementie
Ouder wordende cliënten met downsyndroom hebben een verhoogde kans op dementie. 1/3 van de mensen boven de 40 met Down heeft dementie. De ziekte begint bij hen meestal tussen het 45e en 65e levensjaar en verloopt sneller.

Bij dementerende mensen met een verstandelijke beperking gaat het in 70% van gevallen om Alzheimer. Bij cliënten met het syndroom van Down is dat bijna 100%.

Kenmerken van dementie
Dementie verloopt in 4 fases. Elke fase heeft zijn eigen kenmerken, waarbij de alertheid, vaardigheden en gezondheid van de cliënt steeds verder achteruit gaan. Maar let op: een cliënt vertoont soms niet alle kenmerken van de fase waarin hij zit. Ook lopen de fases vaak door elkaar: een cliënt kan zich bijvoorbeeld ’s ochtends in fase 2 bevinden, ’s middags in fase 1 en ’s avonds weer in fase 2.

Bij de 4 fases van dementie horen deze kenmerken:

Fase 1
De cliënt:

  • kan zich niet goed concentreren.
  • onthoudt nieuwe informatie minder goed.
  • krijgt moeite met het uitvoeren van taken.
  • herkent vertrouwde mensen nog.
  • vindt moeilijk de weg in een nieuwe omgeving.
     
  • spant zijn spieren aan.
  • knijpt met de ogen en steekt zijn kin vooruit.
  • is soms incontinent.
  • beseft dat hij steeds minder kan en begrijpt.
  • wordt hierdoor onzeker en verward.

Deze fase van dementie wordt bij mensen met een verstandelijke beperking vaak niet opgemerkt.

Fase 2
De cliënt:

  • vergeet steeds meer.
  • beleeft het verleden steeds vaker als het heden.
  • verliest steeds meer vaardigheden.
  • herkent zijn familie niet meer.
  • raakt ook in een vertrouwde omgeving de weg kwijt.
  • beweegt en praat langzamer.
     
  • kan niet goed uit zijn woorden komen.
  • hoort en ziet minder goed.
  • krijgt slappe spieren.
  • staat wankel op zijn benen.
  • verliest controle over zijn emoties.
  • kan angstig, boos of agressief worden.

Deze fase van dementie wordt bij mensen met een verstandelijke beperking vaak pas laat herkend.

Fase 3
De cliënt:

  • is vaak suf en in zichzelf gekeerd.
  • praat (bijna) niet meer.
  • reageert (bijna) niet op wat hij ziet en hoort.
  • herhaalt vaak dezelfde bewegingen of klanken (stereotiep gedrag).
  • is vaak angstig en onrustig.
     
  • wisselt snel van stemming.
  • verliest zijn schaamte- en schuldgevoel.
  • gedraagt zich hierdoor vaak ongeremd.
  • heeft moeite met eten en drinken.
  • is volledig incontinent.
  • kan zichzelf niet meer verzorgen.

Fase 4
De cliënt:

  • heeft de ogen vaak dicht of staart voor zich uit.
  • is steeds suf en (bijna) niets dringt tot hem door.
  • reageert (bijna) niet op stemmen en aanrakingen.
  • heeft geen gedachten en emoties meer.
     
  • kan vaak niet meer uit bed komen.
  • heeft spierschokjes.
  • krijgt problemen met zijn ademhaling en hartslag.
  • heeft een verhoogd risico op decubitus.

 

Meer weten

PWO-projecten

Bronnen

Bij het samenstellen van het onderwerp dementie hebben we gebruik gemaakt van deze bronnen:

  • Dekker, A. D. en De Deyn, P. P. 2018. De ziekte van Alzheimer bij mensen met het syndroom van Down. Neuropraxis (22), p. 68-76
  • Alzheimer Nederland. [online]. Beschikbaar via www.alzheimer-nederland.nl
  • Dementie.nl. [online]. Beschikbaar via www.dementie.nl
© 2021 - Alliade
scrollen