Alliade Onderzoeksatelier

Matige verstandelijke beperking

Wat is een matige verstandelijke beperking?

Om aan te geven wat een matige verstandelijke beperking (MVB) is, kijken gedragskundigen naar 3 factoren: het IQ, de ontwikkelingsleeftijd en het sociaal aanpassingsvermogen.

IQ
Het IQ zegt iets over wat iemand wel en niet begrijpt. Ook zegt het iets over hoe goed hij zijn kennis kan toepassen: bijvoorbeeld hoe goed hij situaties kan inschatten en problemen kan oplossen. Het gemiddelde IQ in Nederland is ongeveer 100. Het IQ van mensen met een MVB ligt lager: tussen 36 en 51.

Ontwikkelingsleeftijd
De ontwikkelingsleeftijd van mensen met een MVB ligt tussen 4 en 6,5 jaar. Dit houdt in dat ze functioneren op het niveau van een kind op deze leeftijd. Dit komt doordat de ontwikkeling bij mensen met een MVB langzamer verloopt en eerder stopt.

 

Niveau IQ Ontwikkelingsleeftijd
Zwakbegaafd/moeilijk lerend 71-85 12+ jaar
Licht verstandelijk beperkt (LVB) 51-71 6-12 jaar
Matig verstandelijk beperkt (MVB) 36-51 4-6 jaar
Ernstig verstandelijk beperkt (EVB) 20-36 2-4 jaar
Zeer ernstig verstandelijk beperkt (ZEVB) < 20 0-2 jaar

 

Sociaal aanpassingsvermogen
Mensen met een MVB hebben een beperkt sociaal aanpassingsvermogen. Dit betekent dat ze moeite hebben met alledaagse vaardigheden op verschillende gebieden:

  • communicatie: bijvoorbeeld anderen begrijpen, eigen gevoelens en ideeën onder woorden brengen, lezen en schrijven
  • zelfzorg: zoals eten, zichzelf wassen en aankleden
  • socialisatie (functioneren in de maatschappij): onder andere vriendschappen opbouwen en onderhouden, geldzaken regelen en contact met instanties onderhouden
  • dagelijkse bezigheden: bijvoorbeeld naar school gaan, werken, het huishouden doen en eigen vrije tijd invullen

Kunnen en aankunnen

Veel cliënten kunnen meer of juist minder dan je op basis van hun IQ of ontwikkelingsleeftijd zou verwachten. Er is een verschil tussen wat ze kunnen en wat ze áánkunnen. Een 40-jarige cliënt met een ontwikkelingsleeftijd van 5 jaar heeft al veel ervaringen opgedaan. Hierdoor begrijpt en kan hij vaak meer dan een kind van 5. Wel kan hij mínder dan iemand van 40 door een lage sociaal-emotionele ontwikkeling, autisme, hechtingsproblemen, angst of andere psychische problemen. 

Onderschatten en overschatten
Het is belangrijk dat je goed weet wat de cliënt aankan. Zodat je hem niet onderschat, maar ook niet overschat. Zowel onderschatting als overschatting kan leiden tot frustratie en probleemgedrag.

Wanneer je de cliënt steeds onderschat, beperk je hem in zijn ontwikkeling. Overschatting veroorzaakt vaak stress. Ook krijgt de cliënt het gevoel dat hij faalt, doordat dingen niet lukken en hij niet aan de verwachtingen kan voldoen.

Wat kenmerkt het dagelijks leven van een cliënt met een MVB?

Communicatie
Lezen en schrijven is voor de meeste cliënten met een MVB lastig. Ze gebruiken dan ook vooral eenvoudige gesproken taal en hulpmiddelen zoals picto’s. Wat ze niet met woorden duidelijk kunnen maken vertellen ze met lichaamstaal of gedrag, bijvoorbeeld met geluiden of bewegingen.

Het lukt de cliënten niet altijd om gedrag van anderen te herkennen en te begrijpen. Wel begrijpen ze de meeste dingen die dichtbij hun leefwereld liggen. Bijvoorbeeld namen van de mensen om hen heen, woorden van dingen die ze vaak doen, zien of gebruiken en begrippen zoals ‘vandaag’ en ‘morgen’.

Zelfzorg
ADL-taken zoals eten, aankleden en wassen kunnen de meeste cliënten met een MVB zelfstandig uitvoeren, maar dit gaat niet vanzelf. Het aanleren van de taken kost soms veel tijd. Huishoudelijke taken vinden ze vaak lastiger; die lukken het beste met structuur en ondersteuning. 

Socialisatie
Cliënten wonen vaak niet op zichzelf, maar krijgen ondersteuning in een huis waar meer cliënten wonen. Ze hebben wel invloed op hoe hun leven eruitziet. Kleine, dagelijkse beslissingen nemen ze zoveel mogelijk zelf. Bij grote, belangrijke beslissingen helpen verwanten en begeleiders.

Hoe een cliënt met een MVB meedoet in de maatschappij, hangt af van zijn zelfredzaamheid, de ondersteuning die hij krijgt en de toegankelijkheid van de samenleving. Bijvoorbeeld sociaal contact met familie en vrienden: met de juiste begeleiding lukt het cliënten om dit te onderhouden.

Dagelijkse bezigheden
Meestal ronden cliënten met een MVB het speciaal onderwijs af en gaan ze daarna werken op een dagbestedingslocatie. Ze houden zich daar vooral bezig met productie- of creatief werk. Vaak hebben ze hierbij ondersteuning nodig. Dat geldt ook voor het structureren van hun vrije tijd. Het is belangrijk dat het dagprogramma en de begeleiding goed aansluiten bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van de cliënt.

Welke gezondheidsproblemen komen vaak voor?

Mensen met een MVB zijn vaak kwetsbaar voor gezondheidsproblemen. Bijvoorbeeld voor:

  • Epilepsie: hoe ernstiger de beperking, hoe groter de kans op epilepsie.

  • Dementie: bij mensen met een verstandelijke beperking komt dementie meer voor dan bij mensen zonder beperking. 

  • Problemen die voorkomen bij een bepaald syndroom. Bijvoorbeeld afwijkingen aan hart en bloedvaten bij het syndroom van Williams.

  • Slechthorend- en slechtziendheid.

Cliënten met een matige verstandelijke beperking hebben eerder dan gemiddeld ouderdomsverschijnselen. Vanaf 50 jaar lopen ze meer risico als het om hun geestelijke en lichamelijke gezondheid gaat.

Welke andere problemen komen vaak voor bij mensen met een MVB?

  • Probleemgedrag dat hoort bij een bepaald syndroom. Bijvoorbeeld: dwangmatigheid bij Prader-Willi.

  • Probleemgedrag zonder dat er sprake is van een syndroom. Vaak laat de cliënt hiermee merken dat hij gefrustreerd is of dat hij zich niet begrepen voelt.

  • autisme spectrum stoornis

  • ADHD

© 2021 - Alliade