Alliade Onderzoeksatelier

Sensorische informatieverwerking

Wat is sensorische informatieverwerking?
Met sensorische informatieverwerking (SI) of prikkelverwerking bedoelen we de manier waarop je informatie via je zintuigen opneemt, verwerkt en omzet in reacties. Je zintuigen informeren je over de wereld om je heen en over je eigen lichaam. Ze vertellen bijvoorbeeld dat je moet stoppen als het stoplicht op rood staat. Of dat je bij een volle blaas naar de wc moet. Je zintuigen werken de hele dag samen om te zorgen dat je goed reageert op je omgeving en op de signalen van je lichaam.

Welke zintuigen zijn er?
Het menselijk lichaam heeft 10 zintuigen:

  1. gezichtsvermogen
  2. gehoor
  3. reukzin
  4. smaakzin
  5. tastzin (druk en aanraking voelen)
  6. nociceptie (pijn voelen)
  7. thermoceptie (warmte en kou voelen)
  8. evenwichtszin en oriëntatie
  9. proprioceptie (gevoel voor lichaamshouding en spierspanning)
  10. interoceptie (signalen vanuit de organen opvangen en het interne functioneren van je lichaam regelen, zoals honger, dorst, bloeddruk, slaap, plassen, poepen en lichaamstemperatuur)

Wanneer spreek je van een probleem in de prikkelverwerking?
Veel mensen hebben een afwijkende prikkelverwerking. Prikkels komen bij hen sterker of juist minder sterk binnen. Denk aan hoogtevrees, niet tegen bepaalde geluiden kunnen of van erg pittig eten houden. Vaak hebben deze mensen een manier gevonden om ermee om te gaan: door de prikkels te vermijden, te verdragen of juist op te zoeken. Hierdoor hebben ze er geen of maar weinig last van.

We spreken pas van een probleem wanneer iemand door een afwijkende prikkelverwerking minder goed functioneert. Hij heeft geen manier gevonden om ermee om te gaan, waardoor hij erg heftig (overresponsief) of juist te weinig (onderresponsief) reageert. Op anderen kan dat gedrag vreemd of onaangepast overkomen. Het komt voor dat een cliënt nauwelijks reageert als hij zijn vinger tussen de deur krijgt, terwijl hij veel last heeft van een wollen trui. Ook kan een cliënt ongewone belangstelling voor bepaalde zintuiglijke prikkels hebben. Hij kijkt bijvoorbeeld graag naar een draaiende wasmachine of luistert graag naar het geluid van een stofzuiger.

Let op: Wanneer iemand bijvoorbeeld slechtziend of doof is, spreken we niet van een probleem in de prikkelverwerking. Er is dan een probleem met het zintuig zelf. Dit kan van invloed zijn op de prikkelverwerking, maar het is niet hetzelfde.

Sensorische informatieverwerking en een verstandelijke beperking
Prikkelverwerkingsproblemen komen bij mensen met een verstandelijke beperking veel voor. Dit heeft verschillende oorzaken:

Beperkte ontwikkeling van de hersenen
Bij mensen met een verstandelijke beperking verloopt de ontwikkeling van de hersenen langzamer en soms ook anders. Daarnaast stopt de ontwikkeling op een lager niveau. Hierdoor is de prikkelverwerking bij hen meestal ook anders. Een afwijkende prikkelverwerking kan ook horen bij een stoornis of syndroom, zoals ASS, fragiele X, Rett of cri-du-chat.

Gezondheids- en lichamelijke problemen
Daarnaast hebben gezondheids- en lichamelijke problemen vaak een negatieve invloed op de prikkelverwerking. Een cliënt met zintuiglijke of motorische problemen kan zijn omgeving bijvoorbeeld minder goed verkennen. Hierdoor doet hij minder ervaringen op, waardoor de prikkelverwerking zich minder goed ontwikkelt. Ook een ziekte zoals epilepsie of dementie kan prikkelverwerkingsproblemen veroorzaken.

Minder zelfredzaam
Mensen met een verstandelijke beperking zijn minder zelfredzaam. Ook kunnen ze minder goed aangeven wat hen dwarszit. Hierdoor leidt een afwijkende prikkelverwerking bij hen vaker tot problemen. Hoe ernstiger de beperking, hoe groter de kans dat er een probleem ontstaat. Drie voorbeelden:

  • Een ernstig meervoudig beperkte cliënt die last heeft last van harde muziek kan vaak niet zelf de radio zachter zetten of zelf de kamer uitgaan.
  • Een cliënt die overgevoelig is voor wol koopt niet zijn eigen kleren en kan vaak niet duidelijk maken waarom hij zijn wollen trui niet wil dragen.
  • Cliënten die behoefte hebben aan beweging kunnen vaak niet zelf bepalen wanneer en hoe vaak ze gaan wandelen of zwemmen.

Gevolgen
Prikkelverwerkingsproblemen hebben erg uiteenlopende gevolgen. Een verstoorde prikkelverwerking kan onder andere leiden tot angsten, agressie, fascinaties, slaapproblemen, problemen met de sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag dat voor de cliënt zelf gevaarlijk is.

Let op: Niet alle gedrag van cliënten is te verklaren door een afwijkende prikkelverwerking. Ook andere factoren kunnen een rol spelen. De cliënt kan zich ook anders gedragen omdat hij bijvoorbeeld pijn heeft, over- of ondervraagd wordt of een psychische stoornis heeft.

Hoe herken je problemen met prikkelverwerking?
De cliënt kan een probleem in de prikkelverwerking op verschillende manieren uiten. Bijvoorbeeld door gedragsproblemen of veranderingen bij het eten, drinken of slapen. Sommige signalen zijn makkelijk te herkennen. Bij andere signalen is niet meteen duidelijk dat het om een prikkelverwerkingsprobleem gaat.

Hieronder vind je per zintuig meerdere voorbeelden.

Let op: Deze voorbeelden kunnen wijzen op een probleem in de prikkelverwerking, maar het kan ook om iets anders gaan.

Gezichtsvermogen

  • Overresponsief: de cliënt heeft last van licht of felle kleuren en vindt het niet fijn als iemand hem aankijkt.
  • Onderresponsief: de cliënt zoekt lampen en sterk verlichte plekken op, kijkt graag naar draaiende voorwerpen of beweegt de vingers voor zijn ogen.

Gehoor

  • Overresponsief: de cliënt overstemt vervelende geluiden door andere geluiden te maken, bedekt zijn oren of is bang voor alledaagse geluiden (bijvoorbeeld van de stofzuiger).
  • Onderresponsief: de cliënt reageert niet op omgevingsgeluiden die heel dichtbij zijn of heeft een voorkeur voor harde muziek.

Reukzin

  • Overresponsief: de cliënt reageert heftig op de geur van eten, schoonmaakmiddel of parfum en vindt het verwarrend om verschillende geuren tegelijk te ruiken.
  • Onderresponsief: de cliënt ruikt steeds aan mensen of voorwerpen. Hij lijkt niet te reageren op sterke geuren (zoals rook) of zoekt heftige geuren op. 

Smaakzin

  • Overresponsief: de cliënt eet het liefst voedsel zonder sterke smaak, kokhalst bij bepaalde smaken of vindt het niet prettig om verschillende smaken door elkaar te proeven.
  • Onderresponsief: de cliënt heeft een grote voorkeur voor sterke smaken of eet oneetbare dingen.

Tastzin

  • Overresponsief: de cliënt is overgevoelig voor bepaalde kledingsstoffen, wil bepaald voedsel niet eten omdat hij de structuur niet fijn vindt, wordt niet graag aangeraakt en reageert heftig op onverwachte aanrakingen. Vooral zachte prikkels (zoals kriebelen) vindt hij onprettig.
  • Onderresponsief: de cliënt raakt zichzelf en anderen aan, tikt steeds op voorwerpen of wrijft over oppervlakken.

Nociceptie

  • Overresponsief: de cliënt reageert op het kleinste schrammetje of wil niet douchen omdat de douchestraal hem pijn doet.
  • Onderresponsief: de cliënt merkt verwondingen niet op.

Thermoceptie

  • Overresponsief: de cliënt houdt niet van erg koud of heet eten en drinken of vindt het zwembad al snel koud.
  • Onderresponsief: de cliënt blijft onder een te hete douche staan en drinkt te hete thee.

Evenwichtszin

  • Overresponsief: de cliënt is bang om zijn voeten van de vloer te halen en houdt niet van beweegactiviteiten, vooral niet als hij er zelf geen controle over heeft (bijvoorbeeld als iemand hem voortduwt in zijn rolstoel).
  • Onderresponsief: de cliënt wiegt met zijn lichaam, draait rondjes, schommelt graag en zoekt de grenzen van zijn evenwicht op door te klimmen, zich te laten vallen en veel te bewegen.

Proprioceptie

  • Overresponsief: dit komt bijna niet voor.
  • Onderresponsief: de cliënt is motorisch onhandig, heeft een lage spierspanning, een slechte lichaamshouding en kruipt graag onder zware voorwerpen.

Interoceptie

  • Overresponsief: de cliënt raakt geïrriteerd bij honger of dorst.
  • Onderresponsief: de cliënt eet of drinkt te veel, heeft geen honger- of dorstgevoel, is niet zindelijk of gaat door tot hij uitgeput raakt (omdat hij niet voelt dat hij moe wordt).

 

© 2021 - Alliade