Alliade Onderzoeksatelier

Stereotiep gedrag

Wat is stereotiep gedrag?

Bij stereotiep gedrag herhaalt iemand steeds dezelfde handeling. Het wordt daarom ook herhaalgedrag genoemd. Stereotiep gedrag heeft altijd een functie, maar die is voor anderen vaak niet (meteen) duidelijk.

Voorbeelden van stereotiep gedrag zijn:

  • met het lichaam wiegen
  • het hoofd ritmisch heen en weer bewegen
  • met een arm of hand wapperen
     
  • rondjes draaien
  • steeds hetzelfde stukje lopen
     
  • voorwerpen aanraken of laten bewegen
  • op een voorwerp tikken
     
  • alsmaar dezelfde vragen stellen
  • steeds hetzelfde geluid maken (zoals brommen)

Stereotiep gedrag en een verstandelijke beperking

Lager niveau, meer stereotiep gedrag
Stereotiep gedrag komt bij mensen met een verstandelijke beperking veel voor. Hoe lager het verstandelijke niveau, hoe meer het voorkomt. Ook cliënten met autisme, Down, Prader-Willi of zintuiglijke problemen vertonen vaak dit gedrag vaak. Stereotiep gedrag is bijna altijd een communicatiemiddel: een signaal waarmee de cliënt bewust of onbewust iets duidelijk wil maken.

Waarom vertoont de cliënt stereotiep gedrag?

  • De cliënt creëert prikkels om alert te blijven en verveling tegen te gaan. Dit doet hij vooral wanneer hij te weinig wordt gestimuleerd en niet actief genoeg is.
  • De cliënt houdt prikkels tegen om rust en veiligheid te scheppen. Dit doet hij vaak in situaties die spanning of angst oproepen. Bijvoorbeeld op rumoerige momenten, bij nieuwe activiteiten of als er te veel van hem wordt gevraagd.
  • De cliënt kan stereotiep gedrag ook gebruiken om contact te maken, positieve of negatieve emoties te uiten of om iets gedaan te krijgen van anderen.

Let op:

  • De cliënt kan ook stereotiep gedrag vertonen omdat hij pijn heeft.
  • Soms is bij stereotype handelingen sprake van dwangmatige gedrag.

Wel of geen probleemgedrag?
Stereotiep gedrag wordt soms als probleemgedrag gezien. Maar dat is het lang niet altijd. Stereotiep gedrag is pas een probleem als het de cliënt of anderen in de weg zit. Bijvoorbeeld als het de cliënt belemmert bij werk, school of dagbesteding. Of als het hem beperkt bij andere activiteiten en sociale contacten.

Er is zeker sprake van probleemgedrag als stereotiep gedrag omslaat in zelfverwonding of agressie. Want dat kan onveilig zijn voor de cliënt of de mensen om hem heen.

© 2021 - Alliade
scrollen