Alliade Onderzoeksatelier

Zeggenschap, wilsbekwaamheid en vertegenwoordiging

Wat is zeggenschap?

Het recht op zeggenschap is het recht om zelf keuzes te maken en zelf te beslissen hoe je leven eruitziet. Soms gaat het om grote beslissingen: bijvoorbeeld waar en met wie de cliënt woont, welke vrienden hij heeft of hoe hij zijn vrije tijd invult. Of welke ondersteuning hij krijgt, en waarbij. Nog vaker gaat het om kleine, dagelijkse beslissingen: zoals welke kleren hij draagt en welk broodbeleg hij wil.

Wat is wilsbekwaamheid?

Wilsbekwaamheid heeft te maken met beslissingen over zorg en gezondheid. Als de cliënt wilsbekwaam is, snapt hij welke keuzes hij heeft en begrijpt hij wat de voor- en nadelen van zijn beslissing zijn. Iedereen is wilsbekwaam tot het tegendeel is bewezen.

Wilsbekwaamheid en dementie

De diagnose dementie betekent niet meteen dat de cliënt niet meer wilsbekwaam is. Zeker in het beginstadium van dementie kan de cliënt nog veel zaken zelf regelen. Een cliënt met dementie verliest langzaam de bekwaamheid om zelf beslissingen te nemen. Rekenen, lezen en omgaan met geld gaan hem steeds moeilijker af. Hij kan steeds moeilijker situaties overzien, beslissingen nemen en opkomen voor zijn belangen. Door het verlies van geheugenfuncties vergeet de cliënt vaak wat hij eerder heeft besloten. Ook gaat zijn vermogen tot abstract denken en in de toekomst kijken verloren. Bij beginnende dementie kan de cliënt het ene moment wel en het andere moment niet voor zichzelf beslissen. Het hangt van de situatie en het moment af of de cliënt wilsbekwaam is. Een cliënt kan bijvoorbeeld wilsonbekwaam zijn om zijn testament te wijzigen, maar wel prima beslissen op welke kamer hij wil wonen en wat hij wil eten.

Wat is wilsonbekwaamheid?

Wilsonbekwaamheid betekent dat de cliënt:

  • informatie over de zorg of behandeling niet begrijpt.
  • niet begrijpt wat de gevolgen van zijn besluit zijn.
  • en/of geen besluit kan nemen.

Wie bepaalt of de cliënt wilsonbekwaam is?

Jij als zorgmedewerker bepaalt of de cliënt wilsonbekwaam is voor een kleine beslissing. Gaat het om een grote, belangrijke keuze? Dan moet je overleggen met collega’s en de psycholoog of de arts. Samen bekijken jullie of de cliënt wilsbekwaam is voor die beslissing. Noteer dit ook in zijn dossier.

Wilsonbekwaamheid beoordeel je per situatie en moment

Een cliënt kan niet in 1 keer voor alle beslissingen ‘wilsonbekwaam’ worden verklaard. Per situatie beoordeel je of de cliënt daarover een beslissing kan nemen. Een voorbeeld: de cliënt is wilsbekwaam over beslissingen rond eten en drinken, maar wilsonbekwaam over de beslissing om wel of niet te verhuizen.

Het kan ook zijn dat de cliënt de ene dag wel wilsbekwaam is voor een beslissing en de andere dag niet, bijvoorbeeld omdat hij dan niet goed in zijn vel zit. Bij iedere beslissing kijk je opnieuw of de cliënt wilsbekwaam is. 

Wanneer je aan de client uitlegt waarom hij een bepaalde beslissing niet mag nemen, stem je woordkeus en de informatie dan goed af op de cliënt, zodat hij begrijpt wat je bedoelt.

Onverstandige beslissingen

Wilsbekwaam zijn is niet hetzelfde als verstandig zijn. De cliënt mag ook onverstandige beslissingen nemen. Zolang het maar een bewuste, doordachte beslissing is. Bijvoorbeeld: de cliënt weet dat roken ongezond is, maar kiest er toch voor om te roken.

Als de keuze gevaar oplevert voor de cliënt zelf of voor anderen, dan is de cliënt mogelijk niet wilsbekwaam voor die beslissing. Bijvoorbeeld: de cliënt heeft suikerziekte, maar houdt erg van snoepen. Als hij teveel snoept, kan hij bewusteloos raken. Dat gevaar is zo groot dat hij niet zelf mag kiezen om veel te snoepen.

Let op: Wanneer je een cliënt begrenst, is er altijd sprake van vrijheidsbeperking. Ook als de cliënt wilsonbekwaam is! Ook onbekwaam verzet is verzet, en ook dan is er sprake van dwang.

Wat is vertegenwoordiging?

Het uitgangspunt is dat de cliënt zelf beslist welke ondersteuning hij krijgt. Is de cliënt in 1 of meer situaties wilsonbekwaam? Dan komt een vertegenwoordiger op voor zijn belangen. Wettelijk is vastgelegd wie de vertegenwoordiger kan zijn:

  1. Een door de rechter benoemde vertegenwoordiger: een mentor, bewindvoerder of curator:
    • Een mentor neemt beslissingen op het gebied van verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding.
    • Een bewindvoerder beheert het geld en de spullen van de cliënt.
    • Een curator beslist over geld, verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding van de cliënt. Curatele is de meest ingrijpende maatregel. Een cliënt die een curator heeft, mag zelf geen enkele rechtshandeling verrichten. Hij mag zelfs niet iets kopen.

      Een door de rechter benoemde vertegenwoordiger kan een familielid zijn, maar dat hoeft niet.
       
  2. Een door de cliënt zelf benoemde vertegenwoordiger (een schriftelijk gemachtigde)
  3. De echtgenoot of partner van de cliënt: niet benoemd door de rechter of cliënt
  4. Een ouder, kind, broer of zus van de cliënt: niet benoemd door de rechter of cliënt

Bij beslissingen over zorg en behandelingen kijk je altijd eerst of er een mentor of curator is, dan of er een schriftelijke gemachtigde is. Zo niet, dan kijk je of er een partner is. Is die er niet? Dan kijk je of er een ouder is. Daarna kijk je of er een kind is en tenslotte of er een broer of zus is.

Een vertegenwoordiger neemt altijd beslissingen in overleg met de cliënt. Hij neemt beslissingen zoals hij denkt dat de cliënt ze zelf ook zou hebben genomen. Ook neemt hij verzet van de cliënt serieus.

Vertegenwoordiging van minderjarige cliënten

In de wet is vastgelegd hoe vertegenwoordiging van minderjarigen is geregeld:

  • 0 tot 12 jaar
    Als de cliënt jonger dan 12 jaar is, nemen zijn ouders of voogd beslissingen voor hem.
  • 12 tot 16 jaar
    Als de cliënt 12 tot 16 jaar is, mag hij meebeslissen met zijn ouders. Hij mag zelf beslissen wie toegang tot zijn dossier krijgt.
  • 16 tot 18 jaar
    Zodra de cliënt 16 jaar is, mag hij zelf beslissen welke zorg en ondersteuning hij krijgt. De ouders zijn dan niet meer automatisch de vertegenwoordiger van de cliënt.
© 2021 - Alliade