Alliade Onderzoeksatelier

Paro de robotzeehond: ervaringen bij mensen met een ernstige meervoudige beperking

Status:    
Afgerond
Doelgroepen:
Onderzoekers:

In de ouderenzorg hebben sociale robots een positief effect, zowel voor cliënten als voor zorgverleners, zo blijkt uit eerder onderzoek. Maar geldt dat ook voor de gehandicaptenzorg? Bijvoorbeeld voor mensen met een ernstige meervoudige beperking en hun zorgverleners?

Bij Talant wordt Paro de robotzeehond ingezet op drie woonlocaties voor cliënten met een ernstige meervoudige beperking. Twee studenten verpleegkunde van NHL Stenden onderzochten de ervaringen. Hoe reageren de cliënten op Paro? Wat zijn de bevindingen van de betrokken zorgverleners?

 

 

Factsheet

Wat was de aanleiding voor het onderzoek?

Meerwaarde in de ouderenzorg

Sociale robots zoals Paro de zeehond kunnen in de ouderenzorg grote meerwaarde hebben als ze doelgericht worden ingezet, zo blijkt uit eerder onderzoek. Cliënten worden er kalmer of alerter door en vertonen minder onrust en agressie.  

Kan Paro ook iets betekenen in de gehandicaptenzorg?

Er zijn weinig robots speciaal ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking. Veelal worden bij hen robots uit de ouderenzorg ingezet. Over de effecten van Paro bij cliënten met een verstandelijke beperking is weinig bekend. Terwijl de robotzeehond voor hen en hun zorgverleners misschien ook veel kan betekenen.

Bij Talant wordt Paro gebruikt op drie locaties voor EMB-cliënten. Het is onbekend hoe dat precies gebeurt en wat de ervaringen zijn. Met dit onderzoek is dat in kaart gebracht.

Wat waren de onderzoeksvragen? 

  1. Welke interactie vindt er plaats tussen de EMB-cliënten en Paro?
  2. Welke succesfactoren en belemmerende factoren zijn er wanneer je Paro inzet bij EMB-cliënten?
  3. Wat zijn de ervaringen van zorgverleners met de inzet van Paro bij EMB-cliënten?
  4. Wat is er nodig om Paro succesvol te implementeren?

Wat zijn de belangrijkste resultaten?

Leuke extra activiteit

Paro wordt door de zorgverleners gezien als een leuke extra activiteit voor EMB-cliënten. De mogelijkheden van interactie met Paro verschillen wel per cliënt en het is onduidelijk hoe Paro optimaal kan worden ingezet.

Te weinig kennis

Bijna alle zorgverleners geven aan dat ze te weinig kennis over Paro hebben. Ze weten niet goed hoe Paro werkt en hoe ze hem doelgericht kunnen inzetten, zodat hij voor de cliënt écht van betekenis kan zijn. Ook vragen de zorgverleners zich af wat de meerwaarde van de dure, complexe Paro is ten opzichte van goedkopere, eenvoudigere robotknuffels.

Wat zijn de conclusies en de aanbevelingen voor de praktijk?

Meer aandacht voor implementatie

De organisatie moet meer aandacht besteden aan de implementatie van robots zoals Paro. Zorgverleners zullen de robot dan eerder gebruiken en hun enthousiasme overbrengen op de cliënten.

Scholing

Het is belangrijk dat zorgverleners worden geschoold. Daarin moet aan bod moet komen:

  • welke mogelijkheden Paro biedt.
  • hoe hij precies werkt.
  • op welke manier en met welk doel hij bij verschillende clienten het beste kan worden ingezet.

Doelgerichte inzet

Ook is het belangrijk dat zorgverleners Paro doelgericht inzetten en dat ze de ervaringen rapporteren en evalueren. Zo wordt inzichtelijk wanneer Paro meerwaarde heeft.

Wat is het vervolg?

Als vervolg op dit onderzoek wordt een workshop georganiseerd. Zodat zorgverleners de werking en functies van Paro onder de knie krijgen en beter weten hoe ze hem bij verschillende cliënten optimaal kunnen inzetten. Het is nog niet duidelijk wanneer deze workshop plaats kan vinden.

Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?

Het onderzoek werd uitgevoerd door Anne Flobbe en Anouk Jager (allebei student verpleegkunde aan NHL Stenden) en Andrea Fokkens (onderzoeker bij de afdeling Onderzoek van Alliade).

Het betrof een kwalitatief onderzoek met twee onderdelen. Het eerste deel bestond uit interviews met tien zorgverleners van EMB-cliënten. Het tweede deel bestond uit observaties van dertien EMB-cliënten. Ook stelden de onderzoekers naar aanleiding van de observaties een aantal vragen aan de zorgverleners van deze cliënten.

Uitgevoerd door

Andrea Fokkens

Andrea is gezondheidswetenschapper en werkt als onderzoeker bij de afdeling Toegepast GezondheidsOnderzoek van het UMCG. Daarnaast werkt ze 1,5 dag per week voor Alliade.

In samenwerking met collega's voert ze zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeken uit. Andrea is de afgelopen jaren betrokken geweest bij verschillende onderzoeken van Alliade.

In de zorg spelen veel aspecten en continue veranderingen mee. Daarom is het belangrijk om te blijven ontwikkelen, evalueren en leren. Dat kan door goed in beeld te hebben of te krijgen wat effecten, ervaringen en verbeterpunten zijn. Daarvoor is onderzoek nodig. Onderzoek dat dicht bij de praktijk staat, waarbij de praktijk zoveel mogelijk betrokken wordt en waarbij de resultaten toepasbaar zijn. Niet alleen vanuit het oogpunt van de cliënt trouwens, maar ook zeker vanuit zorgverleners.

 

Meer weten over Andrea? Bekijk haar LinkedIn-profiel.

Bekijk alle onderzoeken van Andrea Fokkens

Geke Dijkstra

Als hoofd TGO bij het UMCG was Geke al betrokken bij verschillende onderzoeken die binnen Alliade zijn uitgevoerd. Tegenwoordig is ze Coördinator onderzoek bij het Onderzoeksatelier Alliade.

Met de input van het team en de rest van de organisatie, maakt Geke het beleid van het Onderzoeksatelier. Ze haalt onderzoeksvragen op uit de organisatie (en uit andere organisaties) en zorgt ervoor dat ze worden uitgevoerd. Ook denkt en werkt Geke inhoudelijk nog steeds mee met verschillende onderzoeken. 

Het is belangrijk om te weten waarom dingen worden gedaan zoals ze worden gedaan. Onderzoek kan helpen dat te onderbouwen. Of bijdragen aan de keuze om iets te veranderen. 

meer weten over Geke? Bekijk haar LinkedIn-profiel.

Bekijk alle onderzoeken van Geke Dijkstra

Reageer

© 2020 - Alliade