Alliade Onderzoeksatelier

Scheerproblematiek bij cliënten in een IBG-setting

OA_scheerapparaat.jpg

Het scheren van de baardgroei gaat bij een aantal cliënten van Talant niet zonder problemen. Sommigen worden angstig en vertonen vlucht- of afweergedrag. Anderen raken gespannen en worden verbaal of fysiek agressief.

Een begeleider licht toe:

'Bij de cliënt kan zoveel weerzin tegen scheren ontstaan dat probleemgedrag (zoals agressie) of vluchtgedrag ontstaat. In enkele gevallen komt het voor en dat de cliënt met meerdere begeleiders moet worden vastgehouden om hem te kunnen scheren. Dit met behulp van een zogenaamde CFB -greep. Uitgaande van onze Triple-C ambities voldoet deze handelswijze niet aan de omgangsvormen die we willen hanteren.'

Omdat deze observatie niet op zichzelf staat, onderzochten Roel Bakker en Jeanet Landsman van TGO, het onderzoeksbureau van het UMCG, hoe de scheerervaring van de cliënten kan worden verbeterd. Met als doel: dat zij zich tijdens het scheren meer op hun gemak voelen, wat bijdraagt aan hun kwaliteit van leven.

Factsheet

Wat was de aanleiding voor het onderzoek?

Het scheren van de baardgroei zorgde bij een aantal ernstig verstandelijk gehandicapte cliënten van een Intensieve Begeleidings Groep (IBG) bij Talant voor angst, paniek en agitatie. Ook afweergedrag, vluchtgedrag en agressie kwamen voor.

Daarom deden Roel Bakker en Jeanet Landsman onderzoek naar het scheren van deze cliënten. Het doel was om het scheren voor hen prettiger te maken, zodat de angst, spanning en het vlucht- en probleemgedrag zouden afnemen.

Wat zijn de onderzoeksvragen?

1. Wat verandert er in de scheerzorg als er een geavanceerder scheerapparaat wordt gebruikt dat volgens de begeleider beter aansluit bij de cliënt?

De deelvragen hierbij:

  • Welke veranderingen zijn er bij het scheren in het stressniveau van de cliënten?
  • Wat verandert er in het scheerproces en -resultaat als het gaat om aanraking en bejegening?
  • Welke onvoorziene factoren beïnvloeden het proces van de scheerzorg mogelijk?

2. Welke factoren, anders dan die te maken hebben met het gebruikte scheerapparaat, zijn van invloed op de scheerervaring van de cliënten?

Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?

Het onderzoek werd uitgevoerd door Roel Bakker en Jeanet Landsman van Toegepast GezondheidsOnderzoek, het onderzoeksbureau van het UMCG, in samenwerking met Talant.

Het onderzoek bestond uit twee onderdelen:

  1. Een onderzoek naar het effect van een nieuw scheerapparaat op de scheerbeleving van vijf cliënten. Hierbij werd onderzocht of de angst en spanning bij de cliënten afneemt bij het gebruik van een scheerapparaat dat meer comfort geeft. Er werden video-opnames gemaakt en de begeleiders van de cliënten vulden een korte vragenlijst in.
     
  2. Interviews met twee begeleiders, twee gedragskundigen en een programmaleider Triple-C. In deze gesprekken probeerden te onderzoekers te achterhalen wat de oorzaken en mogelijke oplossingen voor scheerproblemen zijn.

Wat zijn de belangrijkste resultaten?

Welk effect heeft het nieuwe scheerapparaat op de scheerbeleving?
Het nieuwe scheerapparaat verbeterde de scheerbeleving van de cliënten niet: het leidde niet tot meer scheercomfort en minder stress. Angst, agitatie, fysieke agressie, afweer- en vluchtgedrag leken zelfs iets groter te zijn bij een scheerbeurt met het nieuwe apparaat. De scheerduur bleef ongeveer gelijk.

Wat zijn de oorzaken van de scheerproblemen?
Scheerproblemen kunnen door meerdere factoren worden veroorzaakt. Een deel van de oorzaken ligt bij de cliënt zelf, een deel ligt buiten de cliënt.

Oorzaken buiten de cliënt:

  • De bejegening van de begeleider: als hij of zij tijdens het scheren angstig of onzeker is, dan pikt de cliënt dit op.
  • Onvoorspelbaarheid: bijvoorbeeld als de begeleider de scheerhandelingen in een andere volgorde uitvoert dan de cliënt gewend is. Of als het scheren steeds door een andere begeleider wordt gedaan.
  • Daarnaast kan de familie van invloed zijn: soms wil een cliënt bijvoorbeeld zijn baard laten staan, terwijl de familie wil dat hij wordt geschoren.

Oorzaken die met de cliënt te maken hebben:

  • Hypersensitiviteit: overgevoeligheid in het gebied rond het hoofd kan zorgen voor scheerproblemen.
  • Ervaringsordering: de kans op scheerproblemen is groter bij cliënten met een lichaamsgebonden of associatieve ervaringsordening. Dit komt doordat zij hun omgeving minder goed begrijpen.
  • Gebrek aan tijdsbesef: dat zorgt voor onvoorspelbaarheid.

Wat zijn de conclusies en aanbevelingen voor de praktijk?

Wat zijn de oplossingen voor scheerproblemen?

  • Houd rekening met cliëntgebonden factoren zoals hypersensitiviteit, ervaringsordening en tijdsbesef.
  • Vertel de cliënt stap voor stap wat je gaat doen.
  • Las schakeltijd in voor de cliënt. Geef hem de ruimte om zich op elke stap in het scheerproces voor te bereiden.
  • Onderzoek hoe je de cliënt eigen regie kunt geven in het scheerproces. Bijvoorbeeld door hem zichzelf nog even na te laten scheren.
  • Luister naar de behoeftes van de cliënt en werk volgens de methode Triple-C.

Maak afspraken met collega’s en deskundigen

  • Beperk het aantal begeleiders dat cliënten scheert. Is dat niet mogelijk? Maak dan voor iedere cliënt afspraken over hoe je het scheren. Bespreek bijvoorbeeld in welke ruimte je de cliënt scheert en in welke volgorde je de handelingen uitvoert.
  • Ontwikkel eventueel een handelingsscenario of script voor het scheren.
  • Bespreek met collega’s hoe je je scheertechniek kunt verbeteren.
  • Elektrisch nat scheren kan het scheren makkelijker maken. Je gebruikt dan een scheerapparaat waar de scheergel automatisch uit komt.
  • De gedragskundige kan met een EMDR-behandeling de spanning bij het scheren mogelijk verminderen en het scheren aangenamer maken.

Tips voor je eigen houding

  • Wees zorgvuldig en zelfverzekerd in de omgang met de cliënt.
  • Word niet boos als het scheren stroef verloopt.
© 2020 - Alliade