Alliade Onderzoeksatelier

Beeldende therapie voor kinderen en adolescenten met een LVB en psychosociale problemen

Kinderen en adolescenten met een lichte verstandelijke beperking (LVB) hebben 3 tot 7 keer meer kans op het ontwikkelen van psychosociale problemen dan leeftijdsgenoten zonder verstandelijke beperking. Is beeldende therapie een behandelvorm die voor deze groep goed werkt?

Niet praten en toch je gevoelens uiten
Liesbeth Bosgraaf is onderzoeker bij PWO en docent-onderzoeker bij NHL Stenden. Ze gaf ruim 20 jaar beeldende therapie, onder anderen aan kinderen en jongeren met een LVB, die vaak niet goed onder woorden kunnen brengen wat er in hen omgaat. Bij een beeldend therapeut leren ze zich uiten en hun gedachten en gevoelens te verkennen. Niet door te praten, maar door creatief bezig te zijn met materialen als potlood, verf, klei, hout of metaal.

Het werkt. Maar hoe dan precies?
Dat beeldende therapie werkt, wist Liesbeth uit eigen ervaring en uit ervaringen van vakgenoten. Maar waaróm werkt het? Wát maakt dat dit een goede benadering is? Liesbeth had veel vragen, maar kon er nauwelijks antwoord op vinden. Daarom startte ze een promotieonderzoek naar de werkzame elementen van beeldende therapie bij kinderen en jongeren (van 4 t/m 20 jaar) met een LVB en psychosociale problemen.

Factsheet

Wat was de aanleiding voor het onderzoek?

Minder profijt van gangbare behandelingen
Uit eerder onderzoek blijkt dat jongeren met lager cognitief en emotioneel ontwikkelingsniveau minder profijt hebben van de gangbare psychosociale behandelingen dan jongeren met een hoger cognitief en emotioneel niveau. Bij deze behandelingen staan praten, inzicht krijgen in de eigen problemen en rationeel besluiten nemen centraal. En dat is voor jongeren met een LVB vaak lastig.

Positieve ervaring, maar weinig onderbouwing
Beeldende therapie zou voor jongeren met een LVB een goed alternatief kunnen zijn omdat het hierbij draait om doen, ervaren en jezelf op een niet-verbale manier uiten. In de praktijk wordt de therapievorm al veel toegepast, met positieve ervaringen. Maar de effecten en werkzame elementen zijn nauwelijks wetenschappelijk onderbouwd.

Verdere ontwikkeling en stabielere positie
Met haar onderzoek wil Liesbeth deze wetenschappelijke onderbouwing geven, waardoor beeldende therapie verder kan worden ontwikkeld en een stabielere positie kan krijgen in de behandeling van kinderen en jongeren met een LVB. Daarnaast hebben therapeuten behoeften aan een betere theoretische beschrijving en meer aanwijzingen voor de therapeutische handelingen. Ook die wil Liesbeth met haar promotieonderzoek realiseren.

ArVT-interventie
In de verdere tekst wordt ook de term ArVT-interventie gebruikt. ArVT staat voor affectregulerende vaktherapie. Deze methodiek wordt ingezet bij verschillende vormen van vaktherapie (beeldend, drama, muziek, psycho-motorisch, spel en dans), maar hier bedoelen we specifiek de beeldende therapie die volgens deze methodiek wordt gegeven.

Wat zijn de onderzoeksdoelen?

Hoofddoel
De ArVT-interventie evalueren met betrekking tot het verminderen van psychosociale problemen bij kinderen en adolescenten met een LVB.

Subdoelen

1. Inzicht krijgen in de effecten en werkingsmechanismen die in de literatuur bekend zijn over beeldende therapie bij kinderen en adolescenten met psychosociale problemen.

2. Inzicht krijgen in de specifieke therapeutische handelingen van de ArVT-interventie en hun betrouwbaarheid.

3. Kennis verwerven over de toepassing van de ArVT-interventie onder cliënten, therapeuten en hun netwerk. Inzicht krijgen hun ervaringen.

4. Inzicht krijgen in de effectiviteit van de afzonderlijke beeldend therapeutische handelingen binnen de ArVT-interventie bij kinderen en adolescenten met een LVB en psychosociale problemen.

5. Kennis verwerven over de rol van emotieregulatie in de resultaten van de ArVT-interventie bij kinderen en jongeren met een LVB en psychosociale problemen.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Het promotieonderzoek bestaat uit 5 deelonderzoeken:

1. Literatuuronderzoek
Een literatuuronderzoek dat een overzicht geeft van de bewezen effecten en werkingsmechanismen van beeldende therapie bij kinderen en jongeren met psychosociale problemen.

2. Ontwikkeling meetinstrument
Met het tweede deelonderzoek wil Liesbeth een valide meetinstrument ontwikkelen om therapeutische handelingen waar te nemen en te registreren.

3. Procesevaluatie
In het derde deelonderzoek toetst Liesbeth of de onderdelen van de ArVT-interventie worden uitgevoerd zoals bedoeld. Ook evalueert ze de interventie met cliënten, therapeuten en hun netwerk. Hierbij worden ook de succes- en faalfactoren benoemd. Liesbeth gebruikt voor deze evaluatie het meetinstrument dat ze in deelonderzoek 2 heeft ontwikkeld.

4. Effectmeting
Veel vaktherapeuten hebben goede ervaringen met de ArVT-interventie, maar het is onbekend of de methode ook empirisch effectief is. In het vierde deelonderzoek kijkt Liesbeth naar de daadwerkelijke effecten van de ArVT-interventie bij kinderen en jongeren met een LVB en psychosociale problemen. Ze neemt 15 casussen onder de loep en maakt hierbij gebruik van SCED (Single Case Experimental Design).

5. Analyse werkingsmechanisme
Met de resultaten van deelonderzoek 4 analyseert Liesbeth in deelonderzoek 5 de rol van emotieregulatie als (mogelijk) werkingsmechanisme van de ArTV-interventie.

Wat is de stand van zaken?

Eerste vakartikel gepubliceerd
Deelonderzoek 1 is afgerond. De resultaten van het literatuuronderzoek naar de effecten en werkingsmechanismen van beeldende therapie bij kinderen en jongeren met psychosociale problemen verwerkte Liesbeth in een (Engels) artikel dat verscheen in Frontiers in Psychology. Onder aan deze webpagina lees je meer over het eerste deelonderzoek.

Tweede vakartikel bijna klaar
Deelonderzoek 2, waarin Liesbeth een valide meetinstrument ontwikkelt voor het waarnemen en registreren van therapeutische handelingen, is bijna afgerond. Ze werkt op dit moment aan een artikel dat ze voor de zomer bij een wetenschappelijk vakblad zal indienen.

Wat is het vervolg?

Deelonderzoeken 3, 4 en 5
De deelonderzoeken 3, 4 en 5 lopen nog. Hierin doet Liesbeth achtereenvolgens een procesevaluatie, effectmetingen en een data-analyse. Veel beeldend therapeuten hebben toegezegd mee te doen, maar door de coronamaatregelen verloopt dit helaas minder voorspoedig dan gepland.

Zodra deze deelonderzoeken zijn afgerond, schrijft Liesbeth op basis van de uitkomsten drie afzonderlijke artikelen die ze zal indienen bij een wetenschappelijk vakblad.

Proefschrift
Zodra van alle vijf deelonderzoeken de vakartikelen zijn gepubliceerd, bundelt Liesbeth ze. Daarna voorziet ze het geheel van een inleiding, een algemene discussie en een samenvatting. Samen vormt dit haar proefschrift, waarvan ze het manuscript ter beoordeling zal aanbieden aan de promotiecommissie.

Waar kan ik meer te weten komen over dit onderzoek?

De Leeuwarder Courant besteedde uitgebreid aandacht aan Liesbeths promotieonderzoek. Het artikel vind je aan de rechterkant van deze webpagina onder Documenten.

Wie meer over het onderzoek wil weten, kan per mail contact opnemen met Liesbeth: l.bosgraaf@alliade.nl.

Hoe is het onderzoek gefinancierd?

Dit onderzoek wordt gefinancierd door de afdeling Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO) van Alliade en NHL Stenden.

© 2021 - Alliade
scrollen