Zes jaar geleden verhuisde Stieven Sterrenberg naar Friesland. Na 12,5 jaar bij de Koninklijke Marine, met missies in het buitenland, merkte ik dat ik meer stabiliteit zocht. Toen mijn vader ernstig ziek werd, verzorgde ik hem zeven maanden intensief. Dat gaf hem veel, maar mij ook. Ik merkte: ‘Je kunt iemand niet altijd beter maken, maar je kunt wel zorgen dat iemand een fijne dag heeft.’ Daarom ging ik serieus kijken naar werk in de zorg.
Is de zorg wat voor mij?
Via Stichting Caleidoscoop kwam ik bij Alliade terecht als vrijwilliger. Ik had geen zorgachtergrond, dus ik wilde eerst ervaren: wil ik dit echt en kan ik dit? Als vrijwilliger zette ik mij vooral in op welzijn en activiteiten. Ik ging wandelen met cliënten, deed iets creatiefs of maakte gewoon even tijd voor een gesprek. Juist dat contact en die aandacht geven paste bij mij. Ik merkte al snel dat ik er energie van kreeg. Toen ik meer wilde, ging ik in gesprek met collega’s en mijn leidinggevende. Daarna maakte ik de stap naar woonleefassistent. Dat was een mooie volgende stap: meer betrokken bij de dagelijkse ondersteuning en tegelijk steeds meer leren in de praktijk.
Van vrijwilliger naar zorgcoördinator
Ik wilde me verder ontwikkelen en mijn managers dachten daarin mee. Eerst volgde ik de module Ondersteuning Thuis. Daarna deed ik de opleiding Verzorgende IG (in combinatie met Begeleider Specifieke Doelgroepen). Vervolgens rondde ik de opleiding Verpleegkunde versneld af.
Wat ik fijn vind is dat je vooral leert door te doen, met collega’s en managers om je heen die meedenken. Als je laat zien dat je wilt leren en stappen wilt zetten, wordt er gekeken wat mogelijk is. Na mijn opleidingen groeide ik door naar zorgcoördinator ouderenzorg, op de somatische afdeling en in de tijdelijke zorg opname en diagnostiek bij Anna Schotanus.
Elk cliënt een eigen verhaal
Wat ik mooi vind aan mijn werk, is de afwisseling. Iedere cliënt heeft een eigen verhaal en eigen behoeften. We proberen zoveel mogelijk aan te sluiten bij iemands ritme en gewoontes: hoe laat iemand wil opstaan, wat iemand prettig vindt en hoe iemand de dag invult. Ook de samenwerking met collega’s is belangrijk. We stemmen veel af, springen bij waar nodig en je kunt altijd overleggen.
Een moment dat mij bijblijft, is het contact met een cliënt met Parkinson. Ze wilde graag douchen, ook al kostte dat veel energie. Later zei ze tegen mij: ‘Je bent niet mijn engel, maar wel mijn redder.’ Dat raakte me. Dat is waarvoor je het doet.
Mannen in de zorg
Ik denk dat een goede afspiegeling van de maatschappij ook vraagt om mannen en vrouwen in de zorg. De ene cliënt reageert beter op een vrouw, de ander juist op een man. Daarnaast zorgen verschillende perspectieven in een team voor een mooie dynamiek en dat kan elkaar versterken.
Daarom ben ik betrokken bij het Mannennetwerk Verpleegkunde, een community die meer mannen in de zorg zichtbaar wil maken. Op Internationale Mannendag deden we met mannelijke collega’s een fotoactie. Daarmee lieten we zien: dit vak is er voor iedereen.
Ik ben nog lang niet uitgeleerd
Ik zit goed op mijn plek, maar ik kijk ook vooruit. Ik heb aangegeven interesse te hebben in een rol als praktijkverpleegkundige of een post-HBO-opleiding Verpleegkundige Geriatrie en Gerontologie. Bij Anna Schotanus wordt hierin heel goed meegedacht, dus ik zie de toekomst positief tegemoet!