• Gauke over de tweede wereldoorlog

'Ik denk dat ze de bruggen opblazen'

Gauke (98) was 12 jaar toen de oorlog in Nederland uitbrak. Met zijn gezin woonde hij op een bijna onbereikbaar plekje, langs de vaart in Oudehorne. Er was geen pad of weg en de dichtstbijzijnde brug was meer dan 300 meter lopen door ruw terrein. Met een bootje voeren zij naar de overkant. Hij deelt zijn herinneringen over de tweede wereldoorlog.  

De oorlog was geen leuke tijd. We konden niet naar school en je kon niks meer kopen. Gelukkig konden wij wat aardappelen en groentes verbouwen. Daarnaast hadden we een paar koeien, die zorgde ervoor dat we melk en boter konden maken. De varkens mestte we vet en slachten moest stiekem gebeuren. Het was namelijk verboden, daar stonden straffen op. Gelukkig hebben we eigenlijk nooit echte armoede gehad in de oorlog. Al was 1942 wel het zwaarste jaar. Toen waren overal tekorten en daar was niemand op voorbereid. Mijn ouders hadden de Eerste Wereldoorlog ook meegemaakt. Mijn moeder wist wel wat weinig voedsel betekende. ‘Dat overkomt mij niet weer’, zei ze altijd. Daarom hadden wij wel ons eigen geproduceerde eten op voorraad.'  

‘Doorlopen, doorlopen!’ 

'In de laatste maanden van de oorlog gold er een samenscholingsverbod. We mochten niet met meer dan twee mensen over straat lopen. Op een moment ging ik met mijn vader en buurman op pad om te gaan vissen. We zagen nooit Duitsers in onze omgeving, we durfden het dus wel aan. Tot op die dag. We waren net onderweg toen ik een groep van 15 Duitsers zag. Met de geweren op de rug liepen zij langs de overkant van de vaart. ‘Doorlopen, doorlopen!’ zei mijn vader. Wij waren namelijk met z’n drieën. Maar ze keken niet op of om, ze hadden een heel ander doel, dat werd ons al snel duidelijk.  

Iets later hoorden we ineens een harde knal. ‘Ik denk dat ze de bruggen opblazen’ zei ik tegen mijn vader. ‘Ach nee jongen, hoe kom je daar bij’ antwoorde mijn vader. Ik wist het zeker! En waarschijnlijk zouden ze die andere bruggen ook opblazen. ‘Boem’ opnieuw een harde knal. Een voor een lieten de Duitsers alle bruggen die over de vaart liepen ontploffen. ‘Zie je wel’ zei ik tegen mijn vader. De bruggen dreven op het water. De steile kant, waar wij woonden, was nu onbereikbaar, tenzij je een bootje had.' 

Bevrijding 

In de Ouderenzorg van Alliade zijn meer cliënten die de Tweede Wereldoorlog kunnen navertellen. Op 4 en 5 mei staan we hier daarom extra bij stil. De bevrijding van Nederland is een memorabel moment voor velen. Zo verteld Gauke over die periode:  

'Wij wisten dat onze buren onderduikers hadden. En een schuilhut in geval van nood. Met een groepje jongens gingen we dan vaak het bos in om daarnaar te zoeken. Nooit hebben we iets gevonden. Pas aan het einde van de oorlog zagen we ineens een deur openstaan, helemaal met heide bekleed. Die schuilplaats bleek heel dichtbij te zitten. ‘We waren daar zó vaak langs gelopen,’ lacht Gauke. 

De persoon die ondergedoken zat bij onze buren hoorde dat de Canadezen een dorpje verderop hadden bevrijd. ‘Dat wil ik even zien’ zei de onderduiker. Wij verklaarden hem voor gek. Straks kwam hij een Duitser tegen. Toch ging hij op pad. Toen die terugkwam vroeg hij mij: ‘Wil je een sigaret hebben?’. Ik was verbaasd, want je kon geen sigaretten meer kopen. Hij had ze gekregen van een Canadees. Dat moment vergeet ik nooit meer.' 

'De Canadezen hadden de ontplofte bruggen zo weer gerepareerd. De dag na onze bevrijding werd ook Heerenveen bevrijd. Met een groep jongens gingen we daar heen. Het was geweldig. We zagen zo veel tanks voorbijkomen. Die reden over de Dracht en het hield maar niet op.’ 

Op het schilderij zie je het huis waar Gauke woonde. Deze heeft Gauke zelf nageschilderd.