Als goede bedoelingen niet genoeg zijn
Dit is Klaske. Ze was hier rond de 70 jaar. Een altijd actieve vrouw, getrouwd, 3 kinderen, 2 kleinkinderen en een aantal bonuskleinkinderen en vele, vele hobby’s. Ze was superzorgzaam, ontzettend handig en stond altijd klaar voor haar man, kinderen en kleinkinderen.
Dit is Klaske. Ze was hier rond de 70 jaar. Een altijd actieve vrouw, getrouwd, 3 kinderen, 2 kleinkinderen en een aantal bonuskleinkinderen en vele, vele hobby’s. Ze was superzorgzaam, ontzettend handig en stond altijd klaar voor haar man, kinderen en kleinkinderen.
Dit is Klaske nu. Ze is nu 83 jaar en in een vergevorderd stadium van dementie. Ze heeft afasie en apraxie en kan moeilijk aangeven wat ze bedoelt. Klaske is mijn moeder.
Verhuizing naar het verpleeghuis
Sinds 4 jaar woont mijn moeder in een zorgcentrum/verpleeghuis. Eerst samen met mijn vader die met een partnerindicatie meeging. Dat was een grote stap. Eigenlijk wilde mijn vader niet, maar hij realiseerde zich heel goed dat hij het alleen niet zou redden. Als kinderen hoopten we vooral op rust, veiligheid en goede begeleiding voor beiden. Mijn vader was fysiek aan zijn einde en overleed na 9 maanden. Als kinderen waren wij blij dat mijn moeder inmiddels een beetje gewend was en nu niet in een crisissituatie hoefde te worden opgenomen.
Iedereen deed het anders
De medewerkers die voor haar zorgen, zijn betrokken en doen zichtbaar hun best. Toch merkte ik al snel dat het niet altijd goed ging. Niet omdat ze niet wilden, maar omdat iedereen het anders deed.
De ene zorgmedewerker sprak haar corrigerend toe als ze onrustig was.Een ander probeerde haar af te leiden door veel verschillende dingen te proberen, wat vaak leidde tot meer onrust. Weer iemand anders liet het maar gebeuren.
Iedereen handelde vanuit zijn of haar eigen ervaring en gevoel. Dat leek logisch, maar voor mijn moeder was het verwarrend. Ze wist niet wat er van haar verwacht werd. Ze begreep opdrachten niet meer. De ene medewerker begreep dat, van de andere kreeg ze steeds weer dezelfde opdracht. Als ze de opdracht al begreep, duurde de verwerking lang. Dit leidde soms tot frustratie bij de medewerker. En bij mijn moeder: die begreep het allemaal niet meer en werd verdrietig en heel af en toe opstandig.
Geen houvast
Ik merkte dat de nodige kennis ontbrak over dementie. Over wat gedrag betekent. Over hoe angst, onmacht en verwarring zich kunnen uiten. Gedrag werd dan vaak gezien als “lastig” of “onbegrijpelijk”, terwijl het eigenlijk een signaal was: Ik snap het niet meer. Ik voel me niet veilig. En ook wij als kinderen beschikten niet over voldoende kennis. Ik hoopte maar op adviezen vanuit de zorgmedewerkers, maar die kwamen niet of nauwelijks.
Het kan anders
Omdat er geen gezamenlijke methodiek was, werd er ook niet vanuit één visie gewerkt. Er was geen gezamenlijke taal. Geen houvast. Geen duidelijk kader om samen naar gedrag te kijken. Dat zorgde voor onduidelijkheid bij medewerkers en voor onrust bij mijn moeder.
Soms zag ik het verschil heel scherp. Een medewerker die rustig bleef, aansloot bij haar gevoel en haar serieus nam, kreeg goed contact. Mijn moeder ontspande, maakte oogcontact en werd rustiger en vrolijker. Dat liet zien: het kan anders. Maar die manier van werken hing af van de persoon, niet van een gezamenlijke aanpak.
Waarom een methodiek onmisbaar is
Juist toen werd voor mij duidelijk hoe belangrijk de inzet van een methodiek is. Niet als een strak stappenplan, maar als een gedeelde basis. Een methodiek die helpt om gedrag te begrijpen. Die richting geeft aan hoe je reageert. Die medewerkers ondersteunt met kennis, afspraken en een gezamenlijke manier van kijken.
Een goede methodiek zorgt ervoor dat zorg niet afhankelijk is van wie er dienst heeft. Dat cliënten voorspelbaarheid en veiligheid ervaren. En dat familie ziet en voelt: hier wordt samen gewerkt, met kennis en aandacht.
Dementie vraagt meer dan goede bedoelingen. Het vraagt inzicht, afstemming en een gezamenlijke visie. Pas dan ontstaat er rust. Voor de cliënt, voor de zorgmedewerker en voor de familie.
Veilig en gezien
Dit verhaal is persoonlijk. Maar ik denk dat het niet alleen over mijn moeder gaat. Het gaat over hoe belangrijk het is dat zorgmedewerkers goede handvatten krijgen. Zodat zij hun werk met vertrouwen kunnen doen. Zodat bewoners zich veilig en gezien voelen. En juist daar zit voor mij het verschil. Werken met een passende methodiek betekent dat je samen weet:
- wat iemand nodig heeft
- hoe je daarop reageert
- en waarom je dat zo doet
Het betekent dat je niet hoeft te zoeken op het moment zelf. Dat je houvast hebt. Dat je elkaar kunt helpen.
Veiligheid en vertrouwen
Ik geloof dat mijn moeder daar direct iets van merkt.
Als er rust en eenduidigheid is, voelt zij dat.
Als medewerkers weten wat ze doen en waarom, geeft dat veiligheid.
Voor mij als dochter betekent het ook iets.
Dan kan ik erop vertrouwen dat mijn moeder gezien wordt.
Dat ze niet alleen verzorgd wordt, maar echt begrepen.
Waardoor ze een blije, op haar manier gelukkige, oude dag mag beleven.