Alliade

Essay Mieke Draijer over ouderen en psychiatrie in Friesch Dagblad

Mieke Draijer - specialist ouderengeneeskunde en directeur Medische Zaken van Zorggroep Alliade - is gevraagd of ze met enige regelmaat essays wil schrijven voor Het Friesch Dagblad. Het gaat om uiteenlopende onderwerpen binnen de zorg. In haar essay "Ouderen en psychiatrie: het investeren waard" bespreekt zij onder andere het vak van de ouderenpsychiater, zingeving, verborgen psychisch leed onder ouderen en de invloed van kleine verbeteringen.

Bron: Friesch Dagblad

Essay: Ouderen en psychiatrie: het investeren waard

Ouderen en psychiatrie. Op het eerste gezicht geen logische combinatie. De psychiatrie richt zich vaak op duidelijke ziektebeelden: een psychose, een depressie, een angststoornis. De behandeling is veelal gericht op (jong)volwassenen. Ouderen lijken een vergeten groep. Dementie kun je weinig aan doen en ‘wat somberheid’ hoort nu eenmaal bij het leven. Niets is minder waar.

Er is veel psychisch leed onder ouderen en daar is wel degelijk iets aan te doen, ook al is het soms in kleine stapjes. Dat vraagt dan wel om de brede doktersblik van de ouderenpsychiater, want psychiatrie en ouderen blijven een ingewikkeld duo. Is het psychiatrie of normale veroudering? That’s the question.

Kleine stapjes
Niet sexy, wel waardevol. De ouderenpsychiater ontworstelt zich in rap tempo aan het stereotype beeld van een wat bedaagd en ondergewaardeerd specialisme. Het vak zit in de lift en de vraag naar de grote deskundigheid van deze specialist groeit. Niet alleen omdat er steeds meer ouderen komen en dus ook meer ouderen met psychiatrische klachten. Maar vooral omdat de brede blik en de specialistische kennis direct bijdragen aan een betere kwaliteit van leven tot op hoge leeftijd. De scheidslijn met stroeve normale veroudering is soms maar heel dun. Daarom gaat het soms over kleine stapjes en blijft de financiering nog achter.

De ouderenpsychiater is meer dan alleen maar psychiater. Hij of zij is in de eerste plaats vooral ‘een echte dokter’ die kijkt naar problemen bij ouderen in de volle breedte, psychisch en lichamelijk. Simpele ziektebeelden zijn er nauwelijks, bij ouderen gaat het altijd om gecombineerde klachten. Dat is dan ook het grote verschil met de jeugd: bij ouderen met psychische klachten is er altijd een samenhang met lichamelijke ziekten.

Ouderenpsychiatrie
Waar het in de geestelijke gezondheidszorg voor komt dat een psychiater een patiënt nooit heeft gezien en intake en behandeling lopen via een gespecialiseerde verpleegkundige, is het in de ouderenpsychiatrie vaak de psychiater zelf die de intake doet. Dat lijkt zwaar geschut, al die duurbetaalde deskundigheid al direct bij de voordeur. Maar het is een bewuste keuze. De ziektebeelden zijn vaak zo complex, dat de ouderenpsychiater zelf de symptomen wil duiden en in een vroeg stadium kunnen beoordelen wat er echt aan de hand is. Die goede intake vooraf voorkomt onnodige behandelingen en therapieën die niet aanslaan.

"Van levensmoe naar levensgeluk is misschien een te grote stap, maar een beetje meer geluk door zingeving, begeleiding of behandeling kunnen we ouderen zeker bieden."

Neem een beroerte. Dit is het gevolg van vaatschade die kan leiden tot uitval en afname van allerlei belangrijke functies, zoals verlamming of afasie, waarbij mensen de taal ontglipt. Soms leidt het tot complete verandering van persoonlijkheid, waardoor je jezelf niet meer bent en je directe omgeving je ook niet meer goed kent en herkent. Gedrag kan agressief worden. Moeilijk te aanvaarden en te verwerken voor de patiënt en zijn omgeving. Dit kan dan weer leiden tot psychische klachten als een depressie. Uit onderzoek blijkt dat 20 tot 50 procent van de patiënten na een beroerte een depressie ontwikkelt. De diagnose depressie wordt helaas vaak gemist. Door de complexiteit van de context in maar liefst 50 tot 80 procent van de gevallen. Aan de gevolgen van de beroerte is lang niet altijd wat te doen, maar aan een depressie weer wel. Daar goed de vinger achter krijgen, vraagt om de kennis en kunde om ingewikkelde puzzels te ontrafelen, symptomen goed te duiden en achter de klachten naar de hele mens en zijn omgeving te kijken. En natuurlijk deskundigheid bevorderen op de signalering.

Gecompliceerde rouw
Wat veel voorkomt onder ouderen is gecompliceerde rouw. Is dat een psychisch ziektebeeld? Niet direct. Wanneer iemand een belangrijke ander verliest, is er verdriet en soms een gevoel van eenzaamheid. Dit neemt toe naarmate mensen ouder worden. Langzaam valt iedereen om hen heen weg. Dan kun je je heel erg alleen voelen. Somberheid is in zo’n fase heel normaal. Mensen zien het even niet meer zitten en hebben moeite zich aan te passen aan hun nieuwe levensfase zonder die ander.

Het is misschien geen ziekte, maar voor mensen wel heel ingrijpend. In ongeveer 5 procent van de gevallen van gecompliceerde rouw is gespecialiseerde hulp nodig. Onbehandeld kan het leiden tot lichamelijke klachten en uiteindelijk tot psychische klachten zoals een depressie. Ook lijken sommige beelden veel op elkaar. Is het somberheid als gevolg van rouw, beginnende dementie of misschien toch een depressie? Daar heb je de deskundigheid van een specialist voor nodig, zodat iemand ook echt de hulp krijgt die hij nodig heeft, niet te veel, maar ook niet te weinig en goed.

Het hele systeem
De kracht van de ouderenpsychiater schuilt niet alleen in de brede blik, hij betrekt in zijn werk het hele systeem van de patiënt. Dat kan familie zijn, partner en kinderen wanneer iemand nog thuis woont, maar ook de situatie op een verpleegafdeling in een verpleeghuis of ziekenhuis. Een psychiatrische ziekte kan ook van invloed zijn op bijvoorbeeld verzorgenden die iemand dagelijks moeten helpen. Zo is er het voorbeeld van een oude veehandelaar die dementeert. De man wilde steeds niet blijven zitten bij het eten. Iedere keer stond hij op en liep weg. Tegenhouden gaf veel verzet en agressieve uitingen, maar niet eten was ook geen optie.

De veehandelaar was gewend om rondjes rond zijn land te lopen tijdens het brood eten. Er is toen geprobeerd de boterhammen halverwege de gang op een bordje neer te leggen en dat werkte. Al rondjes lopend kreeg de man zijn eten binnen. De oude veehandelaar gelukkig en de zorg gelukkig. Als je de context snapt, kun je zonder het gebruik van medicijnen voorkomen dat dit leidt tot onnodige incidenten in de zorg. Dat lukt alleen als je het hele systeem rond een patiënt meeneemt. De hele context meenemen voorkomt dus ook de onnodige inzet van medicijnen. Veel gedragsbeïnvloedende medicatie kent bijwerkingen die slecht zijn voor ouderen, zoals toename van het valgevaar, hartritmestoornissen en Parkinsonisme.

Het gaat niet alleen over beroertes, dementie of depressies, maar kan ook gaan om verslavingsproblemen, bijvoorbeeld aan medicijnen of drank. Ook daarin zijn ouderen nog goed te begeleiden. Of er is sprake van levensfase- en zingevingsproblematiek. Ouderen hebben moeite zich aan te passen aan een nieuwe fase in hun leven, doordat ze iemand verliezen of bijvoorbeeld afhankelijk worden van de hulp van anderen of zelfs in een verpleeghuis terechtkomen.

Zingevingsvragen
Bij iedere nieuwe fase gaat er voor hun gevoel iets af en komt er weinig voor terug. ‘Voor wie ben ik er nog? Doe ik er nog toe, heeft mijn leven nog zin?’, zijn vragen waar juist ouderen mee worstelen. Zingeving is van groot belang voor ervaren levensgeluk. Machteld Huber heeft jarenlang onderzoek gedaan naar wat nu gezondheid en ziekte is. Ervaren ziekte en gezondheid is niet alleen medisch, bleek al snel, zingeving speelt een belangrijke rol. De definitie van gezondheid volgens Machteld Huber luidt: ‘Gezondheid is het vermogen je aan te passen en je eigen regie te voeren in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.’Zij heeft het begrip Positieve Gezondheid gelanceerd. Dit is omarmd door alle betrokkenen in de gezondheidszorg, ook in Fryslân gaan we hier flink mee aan de slag. Niet alleen inzetten op medisch terrein, maar ook (vooral) op zingeving, emotie en context om aanpassing aan en regie op de nieuwe situatie mogelijk te maken.

"Wanneer een buurvrouw iedere week zelf de boodschappen doet en dan ineens niet meer, dan is er vaak wat aan de hand en kunnen mensen aan de bel trekken."

Dat dit aanpassen aan de nieuwe situatie juist op hoge leeftijd vaak slecht lukt is duidelijk, juist als lichamelijke functies uitvallen, we kleiner gaan wonen of we belangrijke anderen verliezen. Dan komt de vraag over de zin van het leven wel eens aan de orde. Willen mensen echt niet meer of is er sprake van een verborgen depressie? Een huisarts kan dat niet altijd overzien, omdat er zoveel speelt en het onderscheid soms heel lastig is. Is het een invoelbare doodswens in het kader van allerlei ernstige gebeurtenissen of is er toch sprake van een depressie? Of is iemand misschien echt suïcidaal? Zelfdoding onder ouderen kwam voor bij 16 op de 100.000 ouderen. Dit is veel hoger dan bij jongeren, maar we horen er nooit iets over.

Tijdig signaleren
Er is veel verborgen (ernstig) psychisch leed onder ouderen. Vaak is lang niet duidelijk of het om levensfaseproblematiek gaat of dat er sprake is van een beginnend serieus psychisch of psychiatrisch probleem. Wonen mensen nog alleen thuis, dan is het soms lastig om dat op te sporen. De omgeving kan een belangrijke sociale rol spelen in het tijdig opsporen van problemen. Wanneer een buurvrouw iedere week zelf de boodschappen doet en dan ineens niet meer, dan is er vaak wat aan de hand en kunnen mensen aan de bel trekken. Als de oudere eenmaal in beeld is, kan er hulp ingezet worden. Uit onderzoek blijkt dat het voor huisartsen lastig is in een consult vast te stellen of er sprake is van psychische of psychiatrische problematiek. Aanvullende informatie over veranderende dagstructuur of gewoontes kan hier erg bij helpen. Maar het inschakelen van een ouderenpsychiater kan ook in deze fase al veel toevoegen. Om meer leed en hoge kosten in de toekomst te voorkomen, zou het mooi zijn als de financiering daarop zou aansluiten en geen psychiatrische diagnose nodig zou zijn voor de vergoeding. Klein leed wordt heel eenvoudig groot leed.

Kleine verbeteringen
Er kunnen geen wonderen worden verricht, maar er zijn wel degelijk kleine en soms grotere verbeteringen mogelijk. Cognitieve therapie, wijzigingen in de context, aanleren van nieuw gedrag; het werkt ook bij ouderen. Denk niet te snel dat er ‘toch niets meer aan te doen is’. Wanneer iemand de hele dag hoofdpijn heeft, dan kun je die hoofdpijn vaak niet oplossen, maar je kunt mensen wel leren er beter mee om te gaan. Ben je de ziekte of heb je een ziekte? Ouderen kunnen met goede begeleiding nog flinke stappen zetten. Door niet de hele dag met je hoofdpijn bezig te zijn, kun je de pijn letterlijk verlichten en wordt het leven van alledag een stuk draaglijker. Daarmee neemt de kwaliteit van leven toe. Kleine winst kan dus ook groots zijn.

Daarin investeren blijft belangrijk. Neem nooit genoegen met ‘iemand is oud, dus somber en heeft dus geen zin meer, het heeft niet zoveel zin om daar nog therapie op los te laten’. Iedereen is het waard om het leven een kans te geven en het levert ook aantoonbaar effect op. Daarom moet er ook financiering zijn, niet alleen voor de bekende ziektebeelden met een duidelijke diagnose, maar ook voor complexe moeilijk grijpbare klachten die later (onbehandeld) nog duurdere interventies vragen. Preventie werkt, ook op hoge leeftijd, zoals bij rouwbegeleiding of onbegrepen gedrag. Onze ouderen verdienen het. Van levensmoe naar levensgeluk is misschien een te grote stap, maar een beetje meer geluk door zingeving, begeleiding of behandeling kunnen we ouderen zeker bieden.

© 2019 - Alliade